Beoordeling door toezichthouder

Bronhouders zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor de interne kwaliteitszorg. De toezichthouder beoordeelt in hoeverre de bronhouder in controle is. In het kader van een optimale samenwerking tussen bronhouder en toezichthouder geeft BZK een samenvatting van de manier van beoordelen.

Manier van beoordelen

Bronhouders BAG, BGT en BRO leggen in eerste instantie via de ENSIA-zelfevaluatiesystematiek horizontaal verantwoording af aan de interne toezichthouder. Dat is in het geval van gemeenten bijvoorbeeld de gemeenteraad. De bestuurlijke verantwoordingsrapportage, die in het kader van ENSIA wordt opgesteld, wordt ook bij BZK ingediend ter verticale verantwoording.

De toezichthouder neemt het resultaat van de zelfcontrole ter kennisgeving aan. In het geval van de BAG en BGT worden dashboards en monitors gebruikt om een inschatting te maken van de gerealiseerde gegevenskwaliteit. Dat beeld wordt tegen het ENSIA-resultaat van de bronhouder aangehouden. Bij significante verschillen in beelden, voert de toezichthouder (risicogericht) een verdiepende analyse uit aan de hand van o.a. de ingediende bestuurlijke verantwoordingsrapportages. Als er reden tot zorgen zijn, bijvoorbeeld omdat er verbetermaatregelen ontbreken of deze niet passen bij de aard van de tekortkomingen, worden in het kader van kwaliteitsmanagement gesprekken met bronhouders ingepland. De insteek is om op constructieve wijze tot een oplossing te komen. In het uiterste geval gaat het dossier naar BZK en wordt een formeel toezichtstraject opgestart.