Interview Ruud van Rossem: Samen werken aan zicht op Nederland

Hoe krijgen we goed zicht op Nederland door beter aanhaken van de sectoren en door data beter onderling te verbinden en deelbaar te maken?

Een heleboel partijen werken samen aan onze nationale infrastructuur van geo-informatie: de NGII. Die vormt de basis voor datagedreven werken aan complexe opgaven als klimaat, energie en woningbouw. Tijdens de Stelseldag op 28 november laat Ruud van Rossem, programmamanager DiS Geo deelnemers zien hoe ook de geo-data gaan landen in een federatief stelsel en hoe we samen gaan bouwen aan een stevig geo-datafundament. Een tipje van de sluier: goed zicht krijgen op Nederland door beter aanhaken van de sectoren en door data beter onderling te verbinden en deelbaar te maken.

Het Federatief Data Stelsel sluit in de optiek van Van Rossem erg goed aan bij wat Geodata al een tijdje aan het doen is: een aantal stelsels en gebruikstoepassingen onderling verbinden en de data aansluiten van sectoren als huisvesting, natuur en milieu en infrastructuur. “Het FDS biedt een goed raamwerk om in door te werken,” denkt Van Rossem. “De organisatiegraad die je met basisregistraties bereikt, is tamelijk uniek binnen de overheid. Op dat fundament kun je zeker doorbouwen, aan knoppen draaien, zaken afspreken over organisaties heen. Met de sectoren wil je een soortgelijk proces op gang krijgen, maar we moeten er steeds goed over nadenken wie dan de eigenaar moet zijn van zo’n proces: Geo, of de sector? Als het over natuur en landschap gaat: LNV? Als het gaat over energietransitie: EZ? Dat punt moeten we met de sectoren bespreken. Een sector kan standaardisatie prachtig vinden een ons veel succes wensen, of besluiten dat ze het liever zelf doen en in de hand houden. Dat zijn de 2 smaken, we zullen beide tegenkomen. In de Basisregistratie Ondergrond zie je dat gebeuren: data die vrij logisch in domein van bepaald ministerie valt, denk aan data over aardoliewinning, zit heel dicht tegen EZ aan, maar wordt gecoördineerd en gestandaardiseerd vanuit het programma bij BZK.”

Doolhof van data

“De grootste uitdaging is vaak het organiseren van de aansluiting van sectordata,” stelt Van Rossem. “In de basisregistraties leggen wij een aantal zaken vast zonder veel details. We zeggen waar objecten staan of liggen, maar veel details over wat je daar verder kunt vinden, zitten in registraties bij sectoren/gebruikers.”

Wat mag er op een weg?

Hij noemt een stuk weg als voorbeeld: “Wat daar mag (verkeersregels, maximum snelheid), de staat van onderhoud en de veroorzaakte geluidsbelasting vind je nu op 3 verschillende plekken. Niet geüniformeerd, niet gestandaardiseerd en vaak niet gedeeld, of te delen. Dus: we moeten de basis die we al hebben standaardiseren, beter onderling verbinden en deelbaar maken. Daar komen we wel uit. Maar de grote uitdaging is: die basis linken met andere data, zodat je als gebruiker een veel completer beeld van de wereld krijgt”.

Waar bouw je een nieuwe woonwijk?

Een tweede voorbeeld: “Stel je wilt een nieuwe woonwijk bouwen. Dan wil je weten waar je op die plek allemaal rekening mee moet houden. Wat er speelt boven de grond, in de grond, diep in de ondergrond; wat zit er aan netwerken, als riolen, kabels, grondstoffen, warmtebronnen? Immers, het is wel zo efficiënt als je die nieuwe wijk bouwt waar ook Warmte-Koude-Opslag of geothermie mogelijk is. Dus ook hier willen we data uit basisregistraties en sectordata koppelen en op één plek toegankelijk maken.”

Hoe maak je bestuurlijk gebied inzichtelijk?

Als derde voorbeeld noemt Van Rossem bestuurlijke gebieden inzichtelijk maken. “Bestuurlijke gebieden zijn die gebieden waarbinnen het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en samenwerkingsverbanden zoals veiligheidsregio’s bestuurlijke verantwoordelijkheid uitoefenen. Gegevens over die bestuurlijke gebieden zijn nu nog in verschillende Basisregistraties opgenomen. Wij willen dat je, als je een project wilt uitvoeren, in één keer uit een systeem kunt halen bij welke overheid je moet zijn.

Piepsysteem

Van Rossem en zijn team zijn ook in gesprek over data die belangrijk zijn bij het beheer van openbare ruimte. Denk aan het onderhoud van wegen en de staat van bomen, waarbij het belangrijk is het risico van afbreken van takken of  omvallen te kennen. Die beheerders hebben er nu last van dat ze informatie steeds kwijtraken: men verschaft informatie aan de aannemer, meestal per e-mail met bijlage, en als de aannemer klaar is met de opdracht, komt het resultaat in beheer, maar zonder de informatie die is gebruikt voor de realisatie. Als er een paar jaar later onderhoud nodig is, blijkt dat er geen gemeenschappelijk beeld meer beschikbaar is, dat monitoren moeilijk is en dat men de benodigde informatie opnieuw bij elkaar moet sprokkelen.

De oplossing: “Als je die data gedurende de levenscyclus van objecten en kunstwerken kunt vasthouden, is dat winst. En extra winst als je de informatie gestandaardiseerd kunt delen met opdrachtnemers. En bestuurlijk wil je inzicht hebben in wat de komende jaren (groot) onderhoud behoeft. Als je die data niet hebt geordend, ben je afhankelijk van het piepsysteem. En als die data niet zijn gestandaardiseerd, is samenwerking tussen bijvoorbeeld gemeenten en provincies ook ingewikkeld.”

Geesten rijp maken

“De relatie met de sectoren is anders dan die met de basisregistraties,” meent Van Rossem. “Om ze in beweging te brengen, zijn we afhankelijk van de organisatiegraad, de rijpheid van het idee van standaardisatie en het commitment van de sectoren. Daarbij gaat het eerst om bewustzijn maar daarna om de wil en de mogelijkheid om als groep in beweging te komen. Ondertussen moeten we aan de voorkant nadenken over hoe we tot landelijk standaardiseren en landelijk delen komen. Dit moet niet te vrijblijvend zijn; wetgeving, formeel beleid, verplichtingen en invoeringstermijnen zijn onontbeerlijk om resultaten te boeken. Daarvoor moeten we de geesten rijp maken."

Maatwerk en goede keuzes maken

De Geo-community is volgens Van Rossem redelijk op orde en er zijn allerlei events om mensen mee te nemen in het geo-gedachtegoed. “Binnen de bestaande basisregistraties kunnen we vrij makkelijk richting integratie sturen. Maar bij de sectoren zijn we gast aan tafel in hun setting. Doel is om hen te inspireren om hun sector zelf op orde te brengen. Daar gaat het om maatwerk en goede keuzes maken: we halen de meeste winst met sectoren die rijp zijn om stappen te zetten. Dus we moeten inschatten hoe rijp de sector is om zelf stappen te zetten. Het kan zijn dat ze denken dat een bepaalde bouwsteen al klaar is om op te nemen in ons lijstje sectorregistraties, maar meestal zijn ze nog under construction.”

Meerwaarde voor Nederland

Die verbeterslag vergt goede afspraken over technische infrastructuur om data te delen, over standaardisatie en inzicht in welke data je met wie mag delen: “Naarmate we meer detailinformatie gaan koppelen aan geo-basisinformatie, wordt het mogelijk persoonsinformatie en stuit je op de AVG en dus eisen van doelbinding en autorisaties. En we moeten voldoen aan afspraken binnen Europa.”

Visie op nut en noodzaak geo-datafundament 

Van Rossem schetst de geo-aanpak: “We bereiden wetgeving voor, waaronder de Geowet, kijken hoe we de processen beter kunnen inrichten en in december presenteren we onze visie op nut en noodzaak van een gezamenlijk geo-datafundament  voor de samenleving: Nederland staat voor heel grote maatschappelijke opgaven: bouwen, verduurzamen, energietransitie, kwetsbare regio’s ontsluiten. Al die opgaven concurreren om de ruimte. Als we een samenhangend beeld hebben van onze leefomgeving, helpt dat om slimme keuzes te maken.”

Federatief gedachtengoed?

Van Rossem verheugt zich op de Stelseldag (28 november 2022), want is erg benieuwd naar hoe anderen omgaan met de federatieve gedachte, wat zijn team daarvan kan gebruiken in de geo-aanpak en naar wat de volgende stap richting het federatief datastelsel wordt.