Hoe zetten gemeenten al de eerste stappen richting de SOR?

Binnen DiS Geo is de Samenhangende Objectenregistratie (SOR) één van de onderdelen waar aan gewerkt wordt om meer samenhang te bereiken binnen de geo-informatie infrastructuur. Zo is er in 2021 een inhoudelijke stip op de horizon bepaald (via oplevering van het conceptueel model) en is er een architectuurbeschrijving opgeleverd die toepasbaar is voor de SOR. Er is echter nog geen besluit genomen over de invoering van de SOR of welke stappen door de bronhouders als eerste gezet moeten worden. Het is een goed idee om op weg naar de SOR al de eerste stappen te zetten die de samenhang tussen de registraties bevorderen.

Op 12 oktober 2021 vroeg DiS Geo tijdens de DiS Online: DiS Geo update aan de deelnemers welke stappen zij al hebben gezet of binnenkort gaan/willen zetten om de samenhang tussen de registraties te bevorderen. Hieruit kwamen veel inspirerende reacties naar voren. Om wat dieper in te gaan op wat gemeenten nu al kunnen doen, sprak DiS Geo vervolgens met geo-medewerkers uit drie gemeenten in het oosten van het land: Dinkelland Tubbergen, Hardenberg en Rijssen-Holten. Zij zijn enthousiast over de doorontwikkeling en delen hun inspirerende verhaal met ons.

Stap 1: Waar te beginnen?

Erwin Marsman (Hardenberg): Bij ons begon het al in 2008 toen de BAG-projectleider de contouren van de BAG-panden wilde weten. We wilden niets dubbel doen, dus we sloegen het gelijk met de Grootschalige BasisKaart Nederland (GBKN, voorloper van de BGT) op in één interne database. Zes jaar geleden deden we met de komst van de BGT hetzelfde zodat we geometrie eenmalig goed konden blijven beheren. Je moet voor de eerste stappen duidelijke spelregels opstellen, want je hebt te maken met een diversiteit aan informatiemodellen.
Luc Molendijk (Dinkelland-Tubbergen): Het is een traject van jaren, dus hoe eerder je begint hoe meer je het werk kan spreiden. Wij zijn tijdens de opbouw van de BGT al begonnen met het integraal in één database bijhouden van BGT, BAG en BOR objecten. Toen dit enkele jaren geleden procesmatig op orde was zijn we ook gestart met het integreren en afstemmen van de tot dan administratieve registratie voor de WOZ.
Joop Voortman (Rijssen-Holten): Ik raad aan om te beginnen bij het maken van één afdeling voor gegevensbeheer. Bij ons komen de BAG en BGT sinds vier jaar (fysiek!) samen met de WOZ-objectenvormgever. Dat is wat mij betreft een belangrijke eerste stap.

Versnipperd beheer en de rol van de WOZ

Joop Voortman: Ik zie bij veel gemeenten dat het beheer van de registraties nog steeds versnipperd verloopt. Sinds wij in Rijssen-Holten begonnen met het actief betrekken van de afdeling WOZ hebben we gezien hoeveel waarde dat heeft opgeleverd. Inmiddels kan die afdeling niet meer zonder geo en dat willen ze gelukkig ook niet meer.
Luc Molendijk: Wij hebben in Dinkelland-Tubbergen de afdeling WOZ nog in huis en wij zijn blij dat we het beheer van de objecten met geo samen konden voegen. Ik weet dat WOZ bij veel gemeenten is uitbesteed. Die raad ik dan aan om wel met elkaar in overleg te gaan.
Erwin Marsman: Integraal beheren is het belangrijkst. In onze samenwerking met Ommen beheren we ook alle relevante basisregistraties integraal. Hier wordt nu voor Ommen de WOZ ‘uitgetrokken’. Dan zie je direct wat voor extra problemen (en kosten) dit met zich mee brengt en hoe inefficiënt dit werkt.

Het was niet altijd makkelijk

Joop Voortman: De afdeling Belastingen had hier geen vertrouwen toen wij zeiden dat we een pilot gingen starten waarbij we oppervlaktes op basis van de geometrie wilden berekenen. Toen hebben we een bak koffie gepakt en zijn we samen gaan zitten. Na het laten zien van de berekeningen raakten ze steeds meer overtuigd. Doordat we elkaar zijn blijven meenemen is het proces goed gaan lopen en is er onderling vertrouwen.
Erwin Marsman: Het belangrijkste was voor ons om bij Beheer Openbare Ruimte (BOR) aan te geven dat je hen wil ontzorgen. Dat was niet altijd makkelijk en dat werd een hele klus, maar nu hebben we wel een unieke Centrale Geografische Database waar we heel blij mee zijn.
Luc Molendijk: Het lijkt voor gemeenten weleens alsof ze geen directe baten hebben bij wat ze zelf voor de SOR doen. Ik zie dat anders, want door onderlinge afstemming en samenwerking met BOR en WOZ heb je die wel. Er zijn bij ons echt uren bespaard en uiteindelijk doen we het niet alleen voor onze eigen inwoners in Dinkelland-Tubbergen, maar voor heel het land.

Stappen die de vooruitstrevende gemeenten zelf nog willen zetten

Luc Molendijk: De stap naar de samenhangende objectenregistratie is voor ons nog maar minimaal, want we hebben nu al onze eigen geïntegreerde objectenregistratie. Wel gaan we onder andere nog verder met de afwijkingen in gebruiksoppervlakten tussen de BAG en de WOZ en de indeling van wijken en buurten.
Erwin Marsman: Ook wij gaan in Hardenberg nog verder met de afwijkingen in gebruiksoppervlakten tussen de BAG en de WOZ. Dat is een groot project, maar bij ons wordt dat getrokken door mijn collega van afdeling WOZ.
Joop Voortman: Nu berekening gebruiksoppervlakte een officieel proces is in Rijssen-Holten, gaan we meer de organisatorische lijn integreren als WOZ- en geo-team. Verder gaan we conform de eisen die de WOZ, BAG en BGT stellen kijken wat we kunnen doen om het objectenbeheer van deze registraties te integreren.
 
Wil je meer weten over de stappen die gezet worden op weg naar de SOR, de Doorontwikkeling in Samenhang of in contact komen met ons of een van de geïnterviewden? Stuur dan een mail naar DiSGeo@minbzk.nl.